Show menu

Graffiti docente Moniek Bijl: ontmoet deze topdocente

‘Ik heb veel hoop en geloof in mensen die hun fantasie durven te gebruiken’

Op haar 25e verjaardag liet ze de gasten beslissen: ga ik docent worden, of niet? Verlegen als ze was, leek het Moniek Bijl vreselijk om voor een groep leerlingen te staan. Alle ogen op haar gericht. Maar stapje voor stapje rolde ze erin, en merkte ze dat het steeds makkelijker ging. Dat ze het eigenlijk zelfs leuk vond. Vooral in het contact met de leerlingen en het bewaren van de rust in een groep. ’Mevrouw, u bent zo rustig, ik val er bijna van in slaap’, zei een leerling eens. Haar geheim: ’Als ik geen aandacht heb, blijf ik wachten tot het stil is.’

Moniek_Bijl_Kleinkunstig

Stencilgraffiti is de workshop die de Rotterdamse beeldend kunstenaar Moniek Bijl bij Kleinkunstig introduceerde. Anders dan de graffitikunst, die ontstond als manier om terrein af te bakenen, is de stenciltechniek meer een vorm van reproductiekunst: ‘Het werken met stencils – een ander woord voor sjablonen –  is een soort kopiëren, maar dan met een vertaalslag’, legt Moniek uit. De kunstenaar Banksy is een bekend voorbeeld van iemand die werkt met stencils.

Kans op succes

De workshop met planeten (‘dat kennen leerlingen tegenwoordig van TikTok’) gaat heel goed, vertelt Moniek: ‘Je zet een kommetje op papier, daar werk je omheen, en met een aantal simpele stappen maak je dan een prachtige galaxy. ‘ De workshop begint altijd binnen, met uitleg en een voorbeeld. Daarna volgt het tekenen en snijden. Pas als dat klaar is, gaat de groep – gewapend met de spuitbus – naar buiten. Het leuke aan deze techniek? ’De kans op succes is behoorlijk groot. Met de spuitbus hoef je niet per se goed te kunnen tekenen om heel vette dingen te maken.’

Hartje

Hoewel haar workshop vaak snel vol zit, is er ook vaak wel wat weerstand onder de leerlingen: ‘Vies worden, dat vinden ze even lastig. Maar als ze eenmaal bezig zijn, komt het altijd goed.’ Na het tekenen van de vorm, in het midden van het papier, snijden de leerlingen hem uit. ‘De binnenkant gooi je weg en het sjabloon blijft over, de spuitmal dus. Door daar met de spuitbus overheen te gaan, krijg je die vorm uiteindelijk op je werkstuk.’ Moniek helpt altijd wel, maar vindt het belangrijk dat kinderen ook zélf een poging wagen. ‘Al is het maar een hartje’.

Hele muur

Een middelbare school in Leidsche Rijn stelde onlangs nog een hele muur in het trappenhuis beschikbaar voor de stencilkunst. ‘Dat vond ik een leuke uitdaging, helemaal voor de leerlingen die niet vaak zo’n kans krijgen. Dan probeer ik wel een thema en lijn in de gaten te houden, met een bepaald kleurenpalet.’ Met iets oudere leerlingen kan Moniek soms meer verhalend aan het werk. ‘Artistiek gezien kunnen ze net iets meer. Dat is voor de afwisseling erg leuk. Je hoeft dan minder bezig te zijn met orde en groepsdynamiek, en meer met de inhoud.’

Fantasie

‘Ik kan niet tekenen’ is desondanks een opmerking die ze juist bij de oudere leerlingen wél vaker hoort. Maar: of kinderen hun fantasie durven te gebruiken, heeft volgens Moniek voornamelijk te maken met wat ze gewend zijn. ‘Op een school met veel aandacht voor beeldende vakken, waarin ze ook examen kunnen doen, hoor ik geen “ik durf het niet, ik kan niet, ik weet het niet”: die gáán ervoor. Daar durven kinderen makkelijker hun fantasie te gebruiken. ‘

Grote ogen

Het verschil merk je in vrijheid en weerstand. ‘Als ze een ster moeten tekenen, en verder denken dan: “Ik weet niet hoe”. Als ze grote ogen krijgen en ineens een alien in de ruimte willen maken die op een planeet met bloemetjes zit: dát soort dingen wil ik horen. Denken aan dingen die niet kunnen: daar hou ik als kunstenaar van.’ Bedachtzaam: ‘Ik heb veel hoop en geloof in mensen die hun fantasie durven te gebruiken.’

Op hol

Daar gaat haar kunst eigenlijk ook over, bedenkt ze hardop, terwijl ze voor een solo-expositie met haar handen in de papier-maché zit: dat bij de kinderen hun fantasie en ideeën op hol gaan. ‘Dat ik een voorzetje doe tot de verbeelding: dat ze hun fantasie aanspreken en kijken of er verhalen ontstaan. Als ze het experiment aangaan en niet meer willen stoppen, is dat het leukst. Als ze nieuwe dingen ontdekken door te doen en te durven. Dat ongeremde vind ik mooi.’

Vertrouwen

Ook het contact met de andere docenten én met de leerlingen, maakt dat ze dit werk graag doet. ‘Ik krijg energie van het vertrouwen dat leerlingen me geven. Ik hoor soms heel persoonlijke verhalen. Zeker als je doorvraagt naar de reden achter de keuzes die ze maken.’ Creativiteit stimuleert persoonlijke gesprekken, filosofeert Moniek: ‘Met iets bezig zijn, helpt an sich al. Een meisje vertelde me dat haar ouders niet meer leefden, terwijl we samen gehurkt op de grond zaten met een spuitbus. Dat soort momenten vind ik heel bijzonder. ‘

‘Maar ook als je allemaal dezelfde kat maakt, kan het contact ontstaan, zolang je maar één op één met elkaar bezig bent. Of je nu aan het autorijden bent of aan het verven, maakt in die zin niet veel uit.’

Moniek Bijl exposeert vanaf 23 februari in Rotterdam, in de HIJSkamer, Delftsestraat 25 (begane grond)

Verdere info en openingstijden via @rewriters010 en @hiphopinjesmoel op Instagram. Die van Moniek: @studioflamingo010